Nieuw jaar, nieuwe regels. Er zijn per 2017 weer enkele financiële veranderingen doorgevoerd die je in je portemonnee gaat merken. Wij lichten enkele toe.

De financiële veranderingen hebben wij voor jou verzameld per categorie. De meeste veranderingen hebben betrekking op wonen en het inkomen.

Veranderingen die jouw inkomen beïnvloeden
De meeste veranderingen zijn niet ingrijpend, behalve de verhoging van de AOW-leeftijd. Iedereen die het betreft zal niet verrast zijn door de verhoging van de pensioenleeftijd, want deze was al bekend.

De AOW-leeftijd naar 65 jaar plus 9 maanden
In stapjes wordt de AOW-leeftijd verhoogd. Per 2018 krijg je pas pensioen vanaf je 66e jaar. In 2022 kun je pas vanaf je 67e plus drie maanden van je pensioen genieten. Dit kan voor de betrokkenen een groot probleem vormen. Met de pensioenopbouw is er tot voor kort rekening gehouden met een pensioenleeftijd van 65 jaar.

Kleine vermogens worden minder zwaar belast
Dit jaar geldt er een vermogensvrijstelling van 25.000 euro per belastingplichtige. Dat is een kleine stijging ten opzichte van 2016, maar dat is niet de grootste verandering. Met een omslachtige formule wordt de verschuldigde belasting berekend. In het kort komt het erop neer dat je tot 2017 omgerekend 1,2 procent belasting betaalde over je vermogen boven de vrijstelling. Voor 2017 is de heffing verlaagd naar 0,87 procent. Er geldt een zwaardere belasting voor vermogens vanaf 125.000 euro. Dit bedraagt namelijk 1,41 procent. Over vermogen vanaf 1 miljoen euro boven de vrijstelling betaal je 1,65 procent belasting.

Belastingheffing in de tweede schijf omhoog
Het inkomen wordt progressief belast. Dat wil zeggen over het hoogste deel van je inkomen betaal je meer belasting. De belastingheffing is verdeeld over vier schijven. In de vierde schijf betaal je belasting over je inkomen vanaf 67.073 euro. Het belastingtarief bedraagt 52 procent. Dit is gelijk gebleven, maar de heffing in de tweede schijf is wel verhoogd. Namelijk van 40,4 procent naar 40,8 procent. In de vierde schijf is ook iets veranderd. Daarover meer in de categorie wonen.

Kleine veranderingen in heffingskortingen
Het gaat om geschuif in de marge, maar twee heffingskortingen zijn verhoogd. Het gaat om de maximale arbeidskorting en algemene heffingskorting. Ten opzichte van 2016 is de arbeidskorting maximaal met ruim honderd euro verhoogd naar 3.223 euro. De algemene heffingskorting is iets meer dan tien euro verhoogd. Deze verhogingen zorgen voor een hoger netto inkomen.

Veranderingen die betrekking hebben op wonen
Jaarlijks worden er wel veranderingen doorgevoerd die huiseigenaren of huizenkopers merken. Dit jaar is dat ook weer het geval. Het gaat om de volgende veranderingen:

  • De hypotheekrente is nu nog maximaal aftrekbaar tegen 50 procent. Dit heeft invloed op huiseigenaren met een inkomen in de vierde belastingschijf
  • Je mag nog maar tot 101 procent van de waarde van een huis aan hypotheek krijgen. Dit was in 2016 nog 102 procent
  • Tweeverdieners kunnen meer hypotheek krijgen. Het tweede inkomen telt nu voor een groter deel mee bij het berekenen van de maximale hypotheek
  • Er mogen weer schenkingen verricht worden tot 100.000 euro. De schenking moet wel gebruikt worden voor de eigen woning